homepage

foto's op flickr

voorbereiding

tips

gastenboek

   

beginpagina Canada

vorige pagina

volgende pagina

 

3 augustus 2006                         22°C

Gister toch een vermoeiende dag geweest, met 400 km rijden over een toch beetje saaie weg (rechte weg, en alleen maar bos, en nog eens bos). Vandaar dat we vandaag pas om 9.30 uur wakker werden, lekker hoor. De zon schijnt volop, en we ontbijten in het restaurant. We besluiten te gaan lopen aan de oostelijke kant van Quadra Island: de Shellalligan Pass. Dit pad loopt gedeeltelijk door het bos en ook gedeeltelijk langs de kust. Het is niet echt een lange wandeling, zo'n 5 km, maar we kunnen er dan altijd nog een andere, korte wandeling aan toevoegen. We zien wel hoe het loopt.

We lopen door een bos waar de drie gigantische bomen voorkomen. Hieronder een foto van die drie soorten plus een korte beschrijving.

 douglas fir    western hemlock    western red cedar
 
 
een Douglas-fir

deze spar komt veel voor, en levert één van de beste houtsoorten op. De hele grote exemplaren zijn echter zeldzaam geworden, ze kunnen meer dan 1000 jaar oud worden. De boom is gemakkelijk te herkennen aan z'n dikke bast, dat zelfs een brand weerstaat. De naalden zijn slap en plat. Deze spar kan tot wel 50 meter hoog worden. Komt voor op droge en natte grond; op heuvels, in berg- en subalpiene zones, van Britisch Columbia (BC) tot het zuiden van Alberta.

 

 

  een Western Hemlock

ook een spar, en levert net als z'n buurman links goed hout. Heeft ook platte, slappe naalden en kan ook gemakkelijk 50 m hoog groeien. Komt voor in subalpiene zones en houdt van vochtige bodems op heuvels en bergen. Heeft een groot verspreidingsgebied: van BC en Alberta in Canada tot Idaho en Montana in USA. Is wat moeilijker te herkennen, maar z'n wat gladdere bast geeft genoeg herkenning.

 

 

  een Western Red Cedar

dit is een conifeer, die ook gemakkelijk 1000 jaar oud kan worden. Het hout splijt makkelijk, is zachter dan een spar en weerstaat verrotting. Deze boomsoort groeit tot zo'n 45 - 60 meter hoogte. Komt voor in BC, zuidelijk Alberta en Idaho en dan vooral in nattere gebieden en kan heel goed tegen schaduw. Wij zagen ze veelvuldig direct aan meren en in de kustregenwouden. Ze zijn zeer herkenbaar met hun rechte nerf. De Indianenvolken aan de kust (First Nations) gebruikten ze voor totempalen en kano's, het hout bevat geen hars.

 

Na een uurtje bereikten we de kust en kijken helemaal rechts uit op de Hoskyn Channel met aan de overkant Read Island. Hier hebben we gegeten, en je ziet dan de visarenden voorbij vliegen. Een stukje verderop zagen we de kop van een zeehond boven het water uitkomen, ons nieuwsgierig aankijkend. Maar er kwamen wat kanovaarders aan, en de zeehond verdween en kwam heel ver, bijna uit zicht, weer boven water.

 uitrusten

even bijkomen

 

Na 3½ uur hadden we het rondje gelopen. We hadden nog wel zin om nog een stuk langs de kust te lopen, en reden daarop naar de uiterste zuidoostpunt van het eiland, om de wandeling van de Kay Dubois Trail te lopen. Die is maar 4 km en loopt helemaal langs de kust. Maar al na een kilometer hadden we het wel gezien, want het pad liep toch niet echt pal langs de kust, maar voornamelijk een meter of 30 van de kust af. En in weer een boswandeling hadden we nu even geen trek. En we waren vlakbij de lodge, dus lekker douchen en weer verder in ons boek lezen. Morgen verlaten we Quadra Island en gaan we op weg naar Tofino, naar 'the pacific'.

    vorige pagina volgende pagina